Menu

Géén natuur vergunningplicht (meer) bij het gebruik van interne saldering

Er is géén natuur vergunningplicht (meer) bij het gebruik van interne saldering

Op 20 januari 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) een belangrijke uitspraak gedaan voor wat betreft het aspect gebiedsbescherming in het kader van de Wet natuurbescherming. Deze uitspraak heeft directe consequenties voor de praktijk.

De bovengenoemde uitspraak (AbRS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71) heeft betrekking op de vraag of voor de mogelijkheid van intern salderen een natuurvergunningplicht geldt.

Wat is intern salderen?

Bij intern salderen gaat het erom of de aangevraagde activiteit zelf niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de eerder vergunde situatie ten tijde van de referentiesituatie (AbRS 16 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:901). Bij intern salderen geldt geen verplichting tot het opstellen van een passende beoordeling. Intern salderen is immers geen mitigerende maatregel en om die reden is het opstellen van een passende beoordeling niet nodig.

Aan de hand van een voorbeeld komt intern salderen op het volgende neer. Bij intern salderen mag de toename van stikstofdepositie door een bepaald (bouw)project worden verminderd met de afname die tegelijkertijd op dezelfde locatie wordt gerealiseerd, zodat per saldo geen toename van stikstofdepositie optreedt. Bijvoorbeeld het uitbreiden van een bedrijfshal. Deze veroorzaakt in beginsel een toename van stikstofdepositie. Als tegelijkertijd de gehele bedrijfshal gasloos wordt gemaakt, zodat deze veel minder gaat uitstoten, kan het zijn dat de stikstofdepositie onder de streep gelijk blijft of afneemt. In dat geval kun je ‘intern salderen’.

Spoedwet Aanpak Stikstof

Op 1 januari 2020 is de Spoedwet Aanpak Stikstof in werking getreden, welke onder meer voorzag in een wijziging van artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming. Als gevolg van die wetswijziging is er een natuurvergunning nodig als een project significant (negatieve) effecten kan hebben op een Natura 2000-gebied. Kunnen significant negatieve effecten niet op voorhand worden uitgesloten, dan dient een passende beoordeling opgesteld te worden en dient een natuurvergunning aangevraagd te worden bij gedeputeerde staten blijkens artikel 2.7 en 2.8 van de Wet natuurbescherming. 

De vergunningplicht voor projecten die enige maar géén significante gevolgen kunnen hebben is als gevolg van de Spoedwet Aanpak Stikstof per 1 januari 2020 vervallen. Dit houdt eveneens in dat er vanaf 1 januari 2020 eveneens geen natuurvergunningplicht meer geldt voor intern salderen. Met de uitspraak van de Afdeling van afgelopen week (specifiek op 20 januari 2021) is dit bevestigd.

De uitspraak AbRS 20 januari 2021

Deze uitspraak ziet op een veehouderij in Oirschot waarvoor gedeputeerde staten – met toepassing van intern salderen – een natuurvergunning hebben verleend. De uitspraak samenvattend kan worden gesteld dat de Afdeling oordeelt dat een provincie niet zomaar, of op verzoek van derden, een natuurvergunning kan intrekken. Dat zou alleen kunnen als intrekking van die specifieke vergunning de enige passende maatregel is om achteruitgang van de natuur te voorkomen. Daarnaast constateert de Afdeling dat door een wetswijziging per 1 januari 2020 er geen directe natuurvergunningplicht meer geldt als je binnen je vergunde stikstofdepositie blijft.

De Afdeling maakt verder duidelijk dat het vervallen van de natuurvergunningplicht per 1 januari 2020 geen gevolgen heeft voor (in ieder geval) onherroepelijke natuurvergunningen die voor deze datum zijn verleend. Activiteiten die beschikken over een dergelijke onherroepelijke natuurvergunning behouden die dus. De uitspraak zelf brengt daar dus geen verandering in.

Voor lopende aanvragen om natuurvergunning waarbij intern wordt gesaldeerd én waarop nog niet is beslist, geldt dat de uitspraak direct consequenties heeft. Ten aanzien van die aanvragen staat met de uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2021 vast dat gedeputeerde staten niet bevoegd zijn daarop te beslissen. Uiteraard staat het een initiatiefnemer ook vrij om de ingediende aanvraag om natuurvergunning in te trekken.

Wat betekent dit?

Dit houdt in dat voor projecten die enige maar géén significante gevolgen hebben én voor gebruikmaking van intern salderen geen natuurvergunningplicht meer geldt. Door de uitspraak van de Raad van State hoeft dus geen natuurvergunning meer te worden aangevraagd, dit scheelt aanvraag- en beoordelingstijd en legeskosten.

Wanneer uw project teveel stikstofdepositie veroorzaakt en daarmee significante gevolgen kan hebben, dan bent u alsnog vergunning plichtig en dit kan enkel opgelost worden door gebruik te maken van externe saldering. Overigens bevatte de uitspraak van de Raad van State nog wel onduidelijkheid op dat punt, want ook voor extern salderen moet een andere natuurvergunning worden ingetrokken.

Is dit gunstig voor in de praktijk van BJZ.nu?

Het voordeel is dat er veel minder vaak een natuurvergunning (Wnb-vergunning) nodig zal zijn, waardoor doorgaans de (omgevingsvergunnings)procedures sneller kunnen worden afgerond.

Het vervallen van de natuurvergunningplicht voor intern salderen is echter niet per definitie gunstig. Het nadeel is dat dus ook nergens geregistreerd wordt dat er geen noodzaak tot aanvraag van een natuurvergunning (dus vergunning vrij) ligt. Een expliciete toestemming (natuurvergunning) biedt op dat gebied meer duidelijkheid aan zowel de aanvrager, het bevoegd gezag als derden.

De uitspraak heeft ten tweede ook consequenties voor de provinciale beleidsregels voor intern en extern salderen. Deze beleidsregels zullen – voor zover deze betrekking hebben op intern salderen – in overeenstemming gebracht moeten worden met de uitspraak van de Afdeling.

Wij verwachten dan ook dat de provincies op korte termijn zullen overgaan tot aanpassing van de beleidsregels.