Home › Begrippenlijst
Begrippenlijst
- Wij geven toonaangevend advies.
- Voor gemeentes, MKB, ontwikkelaars en particulieren.
AERIUS berekening
Met een AERIUS berekening kan de uitstoot van stikstof en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. Een AERIUS berekening wordt doorgaans in eerste instantie uitgevoerd voor één of twee fases. Het gaat daarbij om een berekening van de aanlegfase (het effect van de realisatie van een ontwikkeling op Natura 2000-gebieden) en/of de gebruiksfase (het effect van het gewenste gebruik als gevolg van een ontwikkeling op Natura 2000-gebieden).
Wanneer uit de berekening voor de aanlegfase en/of gebruiksfase blijkt dat geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j is eveneens geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat de ontwikkeling in het kader van de Omgevingswet, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig is. De ontwikkeling kan dan voor wat betreft dit onderdeel in principe worden doorgezet.
Wanneer uit de berekening voor de aanlegfase en/of gebruiksfase blijkt dat sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j, dan dient verder te worden gekeken naar de mogelijkheden. Een tweetal voorbeelden daarvan zijn het verlagen van de stikstofuitstoot binnen de berekende fase(n) met een hoger rekenresultaat dan 0,00 mol/ha/j en/of het berekenen van een derde fase (de bestaande situatie).
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is een onderzoek om de geluidsbelasting als gevolg van wegverkeer te bepalen. Dit onderzoek kan nodig zijn om:
- Het geluidniveau van wegen op nieuwe geluidgevoelige gebouwen, zoals woningen, te bepalen;
- Het effect van de aanleg en/ of het wijzigen van een weg op het milieu en omliggende geluidgevoelige gebouwen te bepalen.
Niet alle wegen hebben een geluidaandachtsgebied. Woonerven en 30 km/uur-wegen hoeven vaak niet onderzocht te worden. Toch kan in sommige gevallen een akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn om aan te tonen dat voldaan wordt aan het ETFAL-principe (Evenwichtige Toedeling van Functies Aan Locaties).
Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA)
Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit: procedure om af te wijken van het omgevingsplan.
Erfinrichtingsplan
Bij een ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied vraagt de gemeente normaliter om een landschappelijke inpassing van het perceel. Een dergelijk plan wordt ook wel een landschapsplan, een erfinrichtingsplan of een ruimtelijk kwaliteitsplan genoemd. Het doel van een dergelijk plan is het inzichtelijk maken van de toekomstige situatie en het weergeven van eventuele landschapsmaatregelen. Normaliter bestaat het uit een tekening van de bestaande en toekomstige situatie vergezeld van een onderbouwing, waaruit blijkt dat de toekomstige situatie landschappelijk inpasbaar is of op welke wijze het landschappelijk ingepast wordt. Tot slot vormt de beplantingstabel een belangrijk onderdeel van het plan. In de tabel staat de naamgeving, hoeveelheden en aanplantmaat van de nieuw aan te planten bomen, hagen en struiken.
ETFAL (Evenwichtige toedeling van functies aan locaties)
ETFAL staat voor ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ en is een kernbegrip uit de Omgevingswet. Het betekent dat gemeenten bij besluiten zorgvuldig afwegen welke functies (zoals wonen, werken, natuur) op welke plekken komen, met oog voor belangen als leefbaarheid, milieu en toekomstbestendigheid. ETFAL vervangt het oude criterium van ‘goede ruimtelijke ordening’ en gaat uit van een bredere integrale afweging voor de hele fysieke leefomgeving.
Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)
De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) biedt ruimte voor ontwikkelingen in het buitengebied van de provincie Overijssel, welke niet binnen het omgevingsplan passen.
Een ontwikkeling in het buitengebied kan mogelijk worden gemaakt door enerzijds te investeren in de landschappelijke inpassing van de ontwikkeling zelf, dit wordt de basisinspanning genoemd. Anderzijds kan het zijn dat er aanvullende kwaliteitsprestaties nodig zijn, dit is de KGO investering. Er dient evenwicht te zijn tussen de ontwikkelingsruimte en de kwaliteitsprestaties.
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de Structuurvisie Infrastructuur & Ruimte (Rijksbeleid) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is sindsdien als motiveringseis in het omgevingsrecht opgenomen.
Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag (meestal de gemeente) als nieuwe stedelijke ontwikkelingen (NSO) planologisch mogelijk worden gemaakt. Is dit het geval, dan is een beschrijving van de behoefte nodig. Voor plannen buiten bestaand stedelijk gebied (BSG) is bovendien een uitgebreidere motivering vereist, waarin wordt ingegaan op de vraag waarom niet binnen BSG in de behoefte kan worden voorzien.
Samengevat bestaat de laddermotivering uit de volgende onderdelen:
- Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling;
- Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling;
- Ligt het plangebied binnen of buiten bestaand stedelijk gebied.
Afhankelijk van type ontwikkeling (wonen, recreatie, bedrijvigheid) dient de onderbouwing gestaafd te gaan met behoefte onderzoek of bijvoorbeeld actueel gemeentelijk sectoraal beleid.
Uiteindelijk zal uit de ladderonderbouwing duidelijk moeten worden dat het plan voorziet in een behoefte en dat er op een zuinige en zorgvuldige wijze met de beschikbare ruimte wordt omgegaan.
Omgevingsplan
Het planologisch kader dat in iedere gemeente geldt. Het omgevingsplan is sinds 2024 de opvolger van een bestemmingsplan.
Principeverzoek
Een principeverzoek is bedoeld om een grote mate van zekerheid te krijgen over de haalbaarheid van het project en de bereidheid van de gemeente om hieraan mee te willen werken.
Quickscan Ecologie / Natuurwaardenonderzoek
Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde gebieden en beschermde soorten. Het is van belang om te onderzoeken of de ruimtelijke ontwikkeling, die bijvoorbeeld met een bestemmingplan en/of een omgevingsvergunning mogelijk wordt gemaakt, deze beschermde gebieden en soorten verstoort.
Als op voorhand overtreding van de Omgevingswet niet kan worden uitgesloten moeten de wettelijke consequenties van de voorgenomen ontwikkeling in beeld gebracht worden. Dit wordt gedaan met de Quickscan Ecologie. Deze Quickscan, ook bekend als de Quickscan Flora & Fauna of een natuurwaardenonderzoek, brengt in beeld welke mogelijke beschermde soorten in het plangebied voorkomen of de ontwikkeling effect heeft op deze beschermde soorten en natuurgebieden in of nabij het plangebied en of er sprake is van wettelijke consequenties (ontheffing al dan niet in combinatie met mitigerende maatregelen). Een dergelijk onderzoek bestaat normaliter uit het raadplegen van bronnen (bureau-onderzoek) en een locatie bezoek.
Rood voor Rood
Rood voor Rood is een regeling waardoor het mogelijk wordt om een nieuwe woning in het landelijk gebied te bouwen. Ter compensatie dient een bepaalde omvang aan ontsierende (agrarische) bebouwing te worden gesloopt en geïnvesteerd te worden in de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit.
Ruimtelijke onderbouwing
Een ruimtelijke onderbouwing is een uitgebreide beoordeling van de aanvaardbaarheid en haalbaarheid van een bouwplan of functiewijziging.
TAM-imro
Een omgevingsplan waarbij met toepassing van de IMRO-standaard (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen het omgevingsplan wordt gewijzigd voor urgente gebiedsontwikkelingen. Het is een tijdelijke maatregel vooruitlopend op Omgevingsplannen.
Omgevingsplanactiviteit (OPA)
Een omgevingsplanactiviteit is een activiteit waarvoor de gemeente in het omgevingsplan heeft bepaald dat deze vergunningplichtig is. De activiteit is wel in overeenstemming met het omgevingsplan. Wanneer de activiteit niet in overeenstemming is met het omgevingsplan spreek je van een Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (BOPA).
Spuitzones
Een spuitzone is de ruimte rondom landbouwgrond waar gewassen met gewasbeschermingsmiddelen mogen worden bespoten en de plek waar mensen (voor langere tijd) verblijven. Bij het spuiten kan het gebeuren dat gewasbeschermingsmiddelen onbedoeld in de lucht of op de grond terechtkomen. Dit wordt ook wel een drift genoemd. Om risico’s voor de gezondheid te voorkomen is het nodig een spuitzone te hebben. Op basis van jurisprudentie dient er een zone van 50 meter tot gevoelige functies te worden gehouden.