Met de komst van de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) verandert er meer voor gemeenten dan alleen extra papierwerk. De wet bestaat uit verschillende onderdelen die in meerdere fases uitgewerkt zullen worden. Wat houdt dit in voor uw gemeente?
Verplichte urgentieregeling en regionale verdeling: de grootste beleidsopgave
Gemeenten kunnen er niet meer voor kiezen om geen urgentiebeleid te voeren. De Wvrv verplicht gemeenten om een huisvestingsverordening vast te stellen waarin in ieder geval een urgentieregeling is opgenomen. In deze urgentieregeling nemen de gemeenten de in de wet geregelde categorieën van urgent woningzoekenden verplicht op.
Gemeenten worden hierbij ook verplicht de samenwerking te zoeken met buurgemeenten om tot een eerlijke regionale spreiding te komen. Dat vraagt om intensief bestuurlijk overleg en het maken van harde, bindende afspraken over welke gemeente welke groepen huisvest.
Het resultaat: Voor veel gemeenten een verschuiving van eigen regie naar gedeelde verantwoordelijkheid in de regio.
Verruiming termijnen voorkeursrecht: meer strategische slagkracht
Wie de regie op volkshuisvesting wil pakken, heeft grond nodig. De wet verruimt de termijnen van het gemeentelijk voorkeursrecht. Door de verruiming kunnen gemeenten eerder in het planvormingsproces strategisch grondbeleid voeren. Dit helpt bij het realiseren van betaalbare woningbouw en het tegengaan van ongewenste grondspeculatie.
Dat scheelt vooral tijdsdruk. Gemeenten hoeven minder snel overhaaste en vaak dure beslissingen te nemen, en lopen minder risico dat hun recht vervalt terwijl het bestemmingsplan nog niet rond is. Het resultaat: een sterkere onderhandelingspositie tegenover projectontwikkelaars en grondspeculanten, en meer grip op het eigen grondbeleid.
Procedurele versnellingen: minder juridische rompslomp
Binnen het bredere pakket aan juridische versnellingen zijn er twee wijzigingen die het dagelijkse werkproces van de gemeente direct raken.
Overslaan van de bezwaarfase (prorogatie). Normaal gesproken moet een burger of bedrijf eerst bezwaar maken bij de gemeente zelf, die vervolgens een hoorzitting organiseert, advies inwint en het besluit heroverweegt. Dat partijen deze stap straks vaker mogen overslaan, scheelt de gemeente aanzienlijk veel tijd, ambtelijke capaciteit en administratieve lasten.
Verbod op onderling procederen. Gemeenten kunnen de bouwplannen van buurgemeenten niet langer via de rechter vertragen, bijvoorbeeld uit vrees voor extra verkeersdrukte of concurrentie met eigen projecten. Dit dwingt gemeenten om meningsverschillen aan de bestuurstafel op te lossen in plaats van in de rechtszaal.
Het resultaat: minder juridische en administratieve belasting en minder conflicten die langs de rechter gaan.
Inleveren en terugkrijgen
Kort samengevat vraagt de wet van gemeenten dat ze een deel van hun lokale autonomie inleveren: het voeren van urgentiebeleid en het meewerken aan regionale spreiding zijn straks geen keuze meer. Daar staat tegenover dat gemeenten meer instrumenten krijgen, zoals het verruimde voorkeursrecht, en sneller kunnen schakelen dankzij de procedurele versnellingen.
Voor gemeenten die zich nu al voorbereiden, ligt de opgave dus op twee vlakken tegelijk: het regionale urgentie- en verdelingsbeleid tijdig en zorgvuldig inrichten, én de nieuwe grondbeleidsinstrumenten benutten om sneller en met meer regie te kunnen bouwen. Wie hier tijdig mee begint, zal niet voor verrassingen komen te staan.
